Home > > Een geslepen bandiet

Een geslepen bandiet

Zuidoost - Al een paar nachten vriest het licht tot matig. De bomen zijn verpakt in een dikke laag rijp. Op de sloten bij het Gein wordt het ijs al maar steviger. Maar in plaats van mijn schaatsen uit het vet te halen zit ik ingespannen naar het scherm van de laptop te turen, met mijn tenen tegen de centrale verwarming. Ik moet werken.

Terwijl ik geconcentreerd bezig ben wordt er op het raam van de studeerkamer getikt. Dat kan helemaal niet. Mijn studeerkamer ligt op de eerste etage. Een beetje korzelig kijk ik op van het beeldscherm. Er is niemand te zien. Ik haal mijn schouders op en werk door. Maar hoor: daar is het nijdige getik weer.

Ik trek een niet al te intelligent gezicht en buig me ver over het bureau. In de buitenvensterbank zit een pimpelmees tegen het raam te tikken. Voor het verhaal zou het natuurlijk mooier zijn als het een roodborstje was, maar van onze cliché's trekt zo'n beestje zich geen donder aan. In elk geval is de boodschap duidelijk. 'Je hebt gelijk maatje,' brom ik. 'Het is weer tijd om bij te voeren.'
Gelukkig zit er in ons winkelcentrum een heuse dierenspeciaalzaak, dus nog diezelfde middag koop ik een flink 'voederpakket'. Met een tas vol vetbollen en pindanetjes loop ik naar huis. Toevallig is er juist markt, dus raap ik onderweg nog een overrijpe mango en twee beurse appelen op, die ik voor de merels op de grond kan leggen. Thuis hang ik de hele boel in de voortuin, zodat ik de vogels vanuit mijn keuken en studeerkamer kan bekijken. Want je begrijpt: dat bijvoeren van die vogels is allemaal mooi en altruïstisch, maar zelf wil ik er ook een beetje lol van hebben.

Dat lukt aardig. Amper heb ik de voordeur achter me gesloten of de eerste verkenners arriveren. Al snel hangt er een koolmeesje ondersteboven aan een van de vetbollen. Een vink scharrelt tussen de zonnepitten die ik op de grond heb gegooid. Er strijken spreeuwen, pimpelmezen en heggemussen neer. Niet veel later hangt er zelfs een grote bonte specht aan de pinda's. Ik ga het water voor de pasta opzetten. Terwijl het buiten begint te schemeren beslaat mijn keukenraam. Zachtjes spinnend trek ik me terug in een waas van warmte en tevredenheid.

De volgende dag moet ik naar kantoor. Als ik thuiskom is het al donker, maar natuurlijk wil ik nog even kijken hoe het vogelvoer erbij hangt. Erbij hing, moet ik zeggen, want de boom is leeg. Ongelovig staar ik naar de kale takken. De vetbollen, de pindanetjes, de grote stang met zonnepitten, ze zijn weg. Foetsie. Pleite.

In het licht van de straatlantaarn speur ik naar sporen op de grond, maar daar liggen alleen de mango en de appelen. Dat kan niet. Ik heb wel eens gezien dat vogels een netje kapotscheurden, maar toen lag de bodem eronder bezaaid met pinda's. Het jaar daarop had ik meer pindaplanten in mijn tuin dan Jimmy Carter. Nu is er niets te bekennen. Ik weet het zeker: dat kan niet door vogels gebeurd zijn - dat is mensenwerk.

Maar wie, in vredesnaam, steelt er nou een paar vetbollen en een net vol pinda's uit je voortuin? Kinderen? Junks? Je hoeft maar aan het vet te ruiken om te begrijpen dat het voor menselijke consumptie ongeschikt is. En ongebrande pinda's zijn ook al niet te vreten - geloof me, ik heb het geprobeerd. Moet ik dan aannemen dat iemand mijn vogelvoer heeft geklauwd om het in zijn eigen tuin op te hangen? Voor een paar dubbeltjes? Nondeju, ik weet dat Zuidoost een roversnest is, maar zijn we zo diep gezonken?

Hyperventilerend van woede bel ik met vrienden en familieleden. Ook aan de andere kant van de lijn is de verontwaardiging groot. Al twee dagen later brengt de postbode een groot pak vol vetbollen. Van mijn broer uit Groningen. Zelf heb ik inmiddels ook weer een pak vogelvoer gekocht. Ik laat me niet kisten. Maar wel tref ik bepaalde maatregelen.

Ik sleep de ladder uit het schuurtje en ik hang het voer hoog in de boom, waar zelfs de langste vingers er niet bij kunnen. Bovendien gebruik ik flink wat extra touw, zodat het zo goed als onmogelijk wordt om de vetbollen los te rukken. Een kwartier lang sta ik in wankel evenwicht mijn liefdadige werk te verrichten. Als het karwei gefikst is ga ik op de loer liggen achter het raam van mijn studeerkamer, klaar om naar buiten te stormen en de dief op de schedel te timmeren met de hapjespan, die ik speciaal voor dat doel heb klaargezet.

Lange tijd gebeurt er niets. Af en toe loopt er iemand door de straat, maar niemand maakt aanstalten om mijn vetbollen te rippen. Er hangen zowaar alweer mezen aan het pindanetje, en op de grond staat een zanglijster in de appels te pikken. Dan strijkt een dikke ekster neer in de prunus. Met zijn snavel tikt hij voorzichtig tegen een vetbol. Hij manipuleert een beetje met de stevig vastgeknoopte touwtjes, die niet meegeven. Maar na wat ruk- en trekwerk heeft hij de hele vetbol losgetrokken, met netje en al. Met de punt van het netje in zijn snavel vliegt hij naar een hoge conifeer aan de overkant, waar zijn nest moet zijn.

Na een minuut is de ekster alweer terug. Hij probeert zijn kunstje van daarnet te herhalen, maar blijkbaar heb ik deze vetbol iets zorgvuldiger bevestigd. Hoe hij ook rukt en trekt, de bol wil van geen wijken weten. 'Haa, schobbejak,' denk ik, 'daar heb ik je!' Maar dan heb ik buiten de ekster gerekend. Als hij merkt dat de vetbol vastzit wijzigt hij zijn tactiek en scheurt doodleuk het hele netje open. De vetbol dondert op de grond, waar de ekster hem oppikt. En dat is twee.

Vol ongeloof zie ik hoe de ekster systematisch de ene na de andere vetbol uit de boom rauscht en naar zijn nest transporteert. Ik moet er smakelijk om lachen. In elk geval is mijn vertrouwen in de mensheid weer een beetje hersteld. Maar één ding is duidelijk: ik moet een bomvrije methode bedenken om mijn vogelvoer in de boom te hangen.

En die ekster? Ach, per slot van rekening moet een ekster ook eten. Dat hij daarbij iets slimmer te werk gaat dan zijn concurrenten (en dan ik) kun je hem moeilijk kwalijk nemen. Ergens heb ik het met hem te doen. In een aanval van vraatzucht heb ik ooit vier kaassoufflé's achter elkaar gegeten. Dat is me niet goed bekomen. Moet je je voorstellen hoe zo'n beest zich na twaalf vetbollen voelt.

twaalf reacties op "Een geslepen bandiet"

Sigi
-1-  Sigi:
Geweldig verhaal!
ZO was (is?) trouwens een vogelparadijs. Toen ik er nog woonde had een winterkoninkje z'n nest geknutseld op mijn balkon, in (tussen) een trui die ik over de waslijn te luchten had gehangen.
Els
-2-  Els:
Fantastisch verhaal!
jaap
-3-  jaap:
Leuk; een goed verhaal behoeft geen film.
Teiz
-4-  Teiz:
Prachtstuk Marco! En een feest van herkenning. Bij mij in de tuin eten de eskters en de gaaien de pindanetjes in recordtijd leeg.
Jean Pierre
-5-  Jean Pierre:
Gaaf verhaal...en o zo herkenbaar! Tip: haal bij een doe het zelf zaak zo'n rol geplastificeerd ijzerdraad. Waar o.a. takken en dergelijk mee samengebonden worden. Rijg een stuk door bol, en bind het hier mee vast aan tak of wat dan ook. OK ekster raakt wat gefrustreerd, maar de kleinere soortgenoten krijgen in ieder geval ook hun deel.
Moniekie
-6-  Moniekie:
Een ekster met obstipatie - ik krijg visioenen :)
Gelkinghe
-7-  Gelkinghe:
Ik kwam laatst op het land van Jan Filiander
Daar zag ik een aakster filiaakster
Toen vroeg ik aan moeder Filioeder
of ze die aakster filiaakster
voor me braaien wou.
Nee, zei moeder Filioeder
Ik braad geen aakster filiaakster
Maar wel oesters poesters en filioesters.
Gelkinghe
-8-  Gelkinghe:
@Ko,
Muizen kunnen er ook wat van:
http://www.timsmilda.com/?p...
yanny scutt
-9-  yanny scutt:
Marco wat een goed verhaal!

Maar eksters en kauwen winnen niet omdat zij vraatzuchter zouden zijn. Zij zijn simpelweg een stuk groter en hebben daardoor meer eten nodig dan de veel kleinere meesjes, vinkjes en roodborstjes..

Het helpt om pinda,s apart te leggen op een plek waar de kleinere vogeltjes niet komen en dat is altijd hoger. Op een dakrand b.v.. Groetjes; Yanny
ANila
-10-  ANila:
Ojaaaaaaaaaaaa hier op mijn balcon komen de eksters niet maar als ik naar de tuin van de benedenbuurman kijk zie ik ze ook van alles rauzen!
jolanda
-11-  jolanda:
ik heb ook zoiets meegemaakt mijn vijver met goudvissen is eens leeg gevist wij dachten dat het de kat van de buren was en ook de buurvrouw er op aan gesproken maar toen ik ziek was en ik niks anders te doen had als een beetje zielig naar buiten te staren kwam er een andere dief aangevolgen en blauwe reiger die de laatste restjes uit vijver viste
rhona
-12-  rhona:
prachtig verhaal, had zich zo in mijn tuin af kunnen spelen. ik geniet ook elke dag van de vele vogels in zuidoost, maar voor hoe lang nog.

Reageren?  

Lees vooraf even de regels voor discussies op Amsterdam Centraal door.

Eigen afbeelding bij reacties? Ga naar gravatar.com en meld je aan met het mailadres dat je ook hier voor reacties gebruikt.

(verschijnt niet online, is nodig voor gravatar afbeelding)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spamreacties te voorkomen, wordt u gevraagd deze simpele vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.