Home > > Grens tussen chique en volks

Grens tussen chique en volks

De Pijp, de Apollobuurt, de Stadionbuurt, de Hoofddorppleinbuurt. Verschillende wijken in Oud-Zuid die geleidelijk in elkaar overlopen. Toch is er op sommige plaatsen een duidelijke grens zichtbaar. Zo ook op het Olympiaplein, de grens tussen chique en volks. Het bindt de Stadionbuurt met de Apollobuurt.
Op de speelplaats van het Olympiaplein onderbreekt een jongen noodgedwongen een stunt op zijn skateboard. De traumahelikopter van het VU-ziekenhuis landt voorzichtig op het plein. Terwijl hulpverleners zich haasten naar de slachtoffers van een ongeluk, wekt de helikopter de interesse van bewoners uit de wijken aan weerszijden van het plein. ‘Zie ik dat ding eindelijk eens van dichtbij’, roept een buurtbewoner.

Twee wijken, twee werelden. De huizenblokken in de Apollobuurt aan de oostkant zien er in tegenstelling tot die uit de Stadionbuurt, aan de westkant, heel goed uit. De huizenblokken zijn goed onderhouden, de woningen net wat ruimer. ‘Het onderscheid tussen rijk en arm is natuurlijk relatief’, vertelt gebiedsbeheerder Gerrit Gunzeln van stadsdeel Oud-Zuid. ‘Maar het is wel duidelijk dat de Marathonbuurt, als onderdeel van de Stadionbuurt, in zijn geheel bestaat uit bezit van woningcorporaties. Het ziet er wat armoediger uit.’

‘Ja, je ziet wel een verschil. De huizen aan deze kant zijn wat beter onderhouden’, zegt Katie (22) die op weg is naar de VU om een belangrijk tentamen te maken. ‘De huizen aan de andere kant zijn wat slonziger, het is moeilijk te beschrijven, maar je ziet het wel duidelijk.’ De goede kant van het plein bestaat dan ook voor het leeuwendeel uit koopwoningen, zo blijkt uit de Atlas Sociale Woningbouw. Ook gebiedsbeheerder Gunzeln heeft de indruk dat de mensen aan de oostkant wat ‘welvarender’ zijn.

‘Op het plein zelf merk je daar weinig van’, zegt Pierre Wolf van voetbalclub Swift. ‘Ik let niet zo op de gebouwen.’ Het plein is onderdeel van een wijk die is gebouwd in de aanloop naar de Olympische Spelen van 1928. Al sinds het ontstaan staat het in het teken van sport. Naast een voetbalclub en een sportmedisch centrum, kan de sportliefhebber ook terecht op de openbare sportplaats. Je kunt er niet alleen voetballen of tennissen, maar ook skaten. ‘Een sportpark kun je het beter noemen’, zegt voorbijgangster Marjan. ‘Mijn zoon heeft hier nog gevoetbald, bij Swift.’

De club is de voornaamste gebruiker van het plein. ‘In vergelijking met andere clubs zijn wij behoorlijk blank’, zegt Cor Verhoeff van Swift. De vereniging trekt hoofdzakelijk leden uit de Apollobuurt. ‘In de afgelopen jaren is dat wel wat veranderd. De laatste jaren komen er via allerlei projecten vanuit het stadsdeel steeds meer Marokkanen bij ons voetballen. Dat is nu al een kwart. En ja, die komen voor een groot deel uit de Stadionbuurt.’ Dergelijke ontwikkelingen groeien historisch, aldus gebiedsbeheerder Gunzeln. Erg noemt de beheerder dat niet. ‘Het valt ook weer te veranderen als je dat zou willen.’

Ook het stadsdeel zet in op het sportieve karakter van het plein, als verbindingspunt tussen de wijken. De nieuwe omheining rondom de sportvelden is daar een resultaat van. ‘Hier trainde Fanny Blankers-Koen’, prijkt er in sierlijke stalen gouden letters aan het nieuwe hek. Het monument herdenkt de grootste atlete van de twintigste eeuw, die op het plein de basis voor haar latere successen legde. Het herinneringsteken vormt het sluitstuk van een lang project waarin het Olympiaplein volledig op de schop is genomen. Het stadsdeel vernieuwde de sportvelden, legde de openbare sportplaats aan en liet een volledig nieuwe omheining ontwerpen.

De helikopter is inmiddels weer opgestegen. Alsof er niets is gebeurd, stapt de jongen weer op zijn skateboard. Passanten en buurtbewoners lopen verder of keren huiswaarts. Ieder naar een andere wijk. In het weekend zullen de bewoners elkaar weer tegenkomen om een potje te voetballen, want dat is wat de wijken bindt.

drie reacties op "Grens tussen chique en volks"

Jean Pierre
-1-  Jean Pierre:
Rond 1980 verhuisde ik van de Sumatrastraat (Indische buurt) naar de van Tuyll van Serooskerkenweg in zuid. Het was een hele cultuur shock voor mij. Mijn toenmalige vrouw was er opgegroeid, dus die had het zelfde gehad met het vorige adres. Buren waren (bijna) allemaal hoog opgeleide mensen. Vreemd genoeg hadden de kleine middenstanders het allemaal goed. De slijter bezorgde de hele dag telefonische bestelling,waardoor het in zijn winkel altijd rustig was. De AH op de stadionweg had een aangepast assortiment. Zelfs de melk/kaas/beleg boer had zich aangepast. Dame in (dikke) bontjas vraagt...wat is dit voor ham?? Melkboer presenteert plakje, waar op de dame zegt...heerlijk, doet U mij maar een half onsje. Helemaal gek werd ik van dit soort taferelen. Toen mijn dochter naar de peuterspeelzaal ging aan de andere kant van de stadionweg kwam ik eindelijk terecht in het wereldje waar ik me thuis in voelde. Gewoon lekker gemixte culturen in 1 zaaltje. Ik mocht eenmaal per 2 maanden oppas moeder (als man zijnde) spelen. Er was dus duidelijk een overkant van de stadionweg...een soort oost en west Berlijn zeg maar. Ik was graag aan de overkant. Door scheiding vertrokken richting de Pijp, dat was voor mij toen (ondanks de scheiding) een hemel op aarde.
Bram Schlosser
-2-  Bram Schlosser:
Hebben we hier laatst niet over gegrasduind Jeff? Het blijft idd een evident verschil, niet gek als je de ontwerpgeschiedenis kent en het huidige huizenbezit onderkent, maar opvallend is het zeker. Wat Jean Pierre schetst, klopt op zich wel, al is de vergelijking met Berlijn natuurlijk een beetje scheef. In mijn eigen jeugd (ben in de Apollobuurt opgegroeid) heb ik dit zelf nooit ervaren, op de scholen die ik heb gezeten had ik viendjes uit beide buurten en dat er verschil was is mij nooit opgevallen. Wel bij het voetballen, Swift was toen meer de club voor de Marathonbuurt en AFC meer voor de Beethovenbuurt. Vermoed dat dit nog steeds wel een beetje zo is. In Oud-Zuid zelf bestaat het besef onbewust wel, maar is het niet iets wat echt speelt.
Henk Brandt
-3-  Henk Brandt:
Van 1949 (mijn geboortejaar)tot 1970 heb ik aan de oostkant van het Olympiaplein gewoond, en wel in de Gerrit van der Veenstraat.
Ik kijk naar die buurt nog steeds een beetje met de blik van een kind of van een middelbare scholier.
Mijn moeder vroeg mij vaak boodschappen te doen aan de andere kant van het plein, vooral bij winkels aan de Marathonweg.
Daar was bijvoorbeeld het brood goedkoper (vooral tijdens de “broodoorlog” (1960?)) dan bij Carels aan de Minervalaan.
Toch voelde ik het onderscheid tussen “rijk” en arm - misschien moet ik zeggen meer en minder welvarend- anders.
Rijk dat waren ze aan de Apollolaan en aan de andere kant van de Beethovenstraat.
En “arm” waren ze wel degelijk soms ook in de Gerrit van der Veenstraat, vaak nog ten gevolge van de crisis in de dertiger jaren.
Aan de zuidkant van het Olympiaplein werd bij Dezi (zit er nog steeds!) alleen op hoogtijdagen gebak gekocht. Dezi,in mijn ogen een zeer luxe winkel die evengoed in de Beethovenstraat gevestigd kon zijn.
Maar natuurlijk, de huizen aan de oostkant van het Olympiaplein zijn groter, dan die aan de westzijde. Ze waren ook toen al heel goed onderhouden en de bewoners hadden grosso modo een zeer behoorlijk opleidingsniveau.
Zo kan ik mij herinneren dat bijna alle kinderen uit mijn klas van de Aeneas Mackayschool aan de Titiaanstraat doorstroomden naar de HBS, het Lyceum of het Gymnasium. Zou dat anders geweest zijn bij de scholen aan het Hygiëaplein?

Reageren?  

Lees vooraf even de regels voor discussies op Amsterdam Centraal door.

Eigen afbeelding bij reacties? Ga naar gravatar.com en meld je aan met het mailadres dat je ook hier voor reacties gebruikt.

(verschijnt niet online, is nodig voor gravatar afbeelding)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spamreacties te voorkomen, wordt u gevraagd deze simpele vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.