Home > > Amsterdam klopt steeds minder

Amsterdam klopt steeds minder

Haarlemmerdijk. Foto: Arnoud de Jong.

Maartje Luif is journaliste en schrijfster. Volgend jaar verschijnt haar debuutroman. Ze is geboren en getogen in Amsterdam, maar woont de laatste jaren in het Belgische Leuven. Dat blijft niet zonder gevolgen...

‘Ik weet nooit welke de Haarlemmerstraat is en welke de Haarlemmerdijk’, zei iemand op Twitter.
Mijn eerste innerlijke reactie was: o, maar dat kan ik je wel vertellen. Mijn hersens kraakten en de inktkop schoot naar de Haarlemmerbuurt, begon een kaartje te tekenen en maakte de vonk voor mijn volgende reactie: euhm, hoe zat het ook alweer na de Nieuwendijk? Er werden stukjes opengelaten, er werd een tweedehandsklerenwinkel getekend, een Oost-Indisch huis en een kruising met om het hoekje coffeeshop Siberië. Maar tussen al die highlights zaten witte vlekken, straten die ineens ophielden, grachten die in het niets eindigden en kruispunten waar ik de naam niet van wist.

Mijn wieg stond in Amsterdam-Oost. Ik kende de Transvaalbuurt, de Indische buurt, de Watergraafsmeer, Diemen, de Plantagebuurt en de Rivierenbuurt op mijn duimpje. Artis, dwarsfluitles, de orthodontist, de 5e Montessorischool en mijn oma kon ik als ik flink doortrapte zonder volwassene vinden. Maar Amsterdam-West was een gapend gat op de kaart van mijn netvlies. Alsof de ui, waarvan de grachten de ringen zijn, een volledige zijde miste. Bij de brandweerkazerne in de Marnixstraat, de uitgang van het Vondelpark aan de Amstelveenseweg, en aan de westzijde van het Centraal Station ging het kaartje van Amsterdam over in een foto van een staatsgeheim. Amsterdam-West was voor mij jarenlang een wazige en vormeloze uitloop van het echte Amsterdam.

Tot mijn zus in de Staatsliedenbuurt ging wonen, ik het tweehandsklerenwinkeltje op de Haarlemmerdijk ontdekte (of was het nou de Haarlemmerstraat?), er een schoonmoeder in beeld kwam die in Geuzenveld resideerde en mijn moeder beroepsmatig neerstreek in de Baarsjes. Toen ik op mijn achttiende ook nog een paar maanden thuiszorg in Osdorp/Slotervaart deed en dagelijks acht kruislingse routes langs meren en flats fietste, was Amsterdam eindelijk af. De lijntjes die mijn hele jeugd richting het Westen uitrafelden, werden aan elkaar geknoopt en naadloos afgewerkt. Amsterdam klopte.

Donderdag zat ik op een terras in Oost. ‘Ik had een afspraak op de Zoutkeetsgracht’, zei mijn gezelschap. ‘O, helemaal bij het eindpunt van lijn 10? Of was het lijn 3?’ Mijn mond werd droog. Ik schoof het plattegrond van Amsterdam over mijn netvlies, legde er een tramkaartje overheen en zag het niet. Lijn 3 eindigde in een wazig beeld in de Bilderdijkstraat en lijn 10 werd blurry ter hoogte van, jawel, daar was-ie weer, de brandweerkazerne in de Marnixstraat. Ik slikte.

Toen ik naar huis liep, stopte er een auto. ‘Kunt u mij vertellen waar de Wijttenbachstraat is?’ Achter hem toeterde iemand.
De druk was hoog, maar hee, de Wijttenbachstraat is Amsterdam-Oost! Eitje! ‘Doorrijden en bij het tweede stoplicht rechts’, riep ik naar hem.
Hij gaf gas en ik kuierde door naar huis. Toen ik op de hoek van de straat van mijn ouders stond, realiseerde ik me dat er op de kruising met de Pretoriusstraat geen stoplicht staat. Ik voelde me schuldig dat ik iemand de verkeerde weg had gewezen, maar ik wist dat ik daarmee iets veel ergers verdrong: met mijn emigratie staat het mes weer in de ui. En deze keer wordt er aan alle kanten iets weggesneden. Ook uit het oosten. Amsterdam klopt steeds minder.

Meer van Maartje Luif is te lezen op haar weblog Zezunja.


acht reacties op "Amsterdam klopt steeds minder"

Sjaak
-1-  Sjaak:
Bla.
What's your point?
Rob
-2-  Rob:
Sjaak Who cares? Het is een leuk geschreven verhaaltje.
Moderator
-3-  Moderator:
@Sjaak: een waarschuwing: dergelijke nutteloze reacties worden voortaan verwijderd. Voegt helemaal niets toe.
Bv/dD
-4-  Bv/dD:
Ik vind het in elk geval een leuke bijdrage en heel herkenbaar ook. Dank daarvoor.

Om de Haarlemmerdijk en de Haarlemmerstraat in het vervolg uit elkaar te kunnen houden, het volgende ezelsbruggetje. Straten vind je binnen bewoond gebied. Dijken voornamelijk buiten bewoond gebied. De Haarlemmerstraat ligt dus het dichtst tegen de oorspronkelijke bebouwing aan van de stad Amsterdam, dus het dichtst bij het centrum. Nu weet je voortaan, dat de Haarlemmerstraat loopt vanaf de Singel tot aan Korte Prinsengracht. De Haarlemmerdijk loopt vanaf de Korte Prinsengracht tot aan het Haarlemmerplein.
JohnN
-5-  JohnN:
Aan sommige mensen is een klein stukje literatuur niet besteed.
Geeft niet, er blijft nog genoeg om te hakken en te zagen.
Maar wees verdraagzaam genoeg om hieronder dan te zwijgen...
Ik haal hier uit dat bijna iedere Amsterdammer maar een stukje van de stad echt kent.
Dat haalt meteen de hoogmoed onderuit van denigrerend gedrag tevenover iemand die uit "noord" komt, of - erger nog - Oostzaan, Driemond of Duivendrecht.
Ik merkte al tijdens mijn laatste vakantie. In Berlijn naar een straat gevraagd aan een Berlijner, twee kilometer verderop: "keine Ahnung..."
Bv/dD
-6-  Bv/dD:
JohnN: "Ik haal hier uit dat bijna iedere Amsterdammer maar een stukje van de stad echt kent."

Wat mij vooral opgevallen is, toen ik 8 jaar geleden definitief naar Amsterdam verhuisde, is dat sommige buurten een sterke sociale cohesie hebben. De voor mij bekende buurt rond Haarlemmerdijk en Haarlemmerstraat (de in onbruik geraakte term Scheepvaartbuurt) komt op mij over als een dorp. Iedereen kent elkaar, oudgedienden en nieuwkomers, en op straat zie je mensen elkaar begroeten tussen al het aanwaaiende winkelende publiek. De mensen van de Haarlemmerdijk komen zelden in Oost of Noord en dat is prima zo. Ze hebben hun natje en hun droogje en eigenlijk alles wat een mens dagelijks nodig heeft binnen handbereik. Dus waarom zou je naar Oost of Noord?

Mensen van buiten Amsterdam vragen mij wel eens: verzuip je niet in die grote stad? Zij denken dat zoveel mensen op één plek noodzakelijk moet leiden tot een leven in anonimiteit, maar het tegendeel is waar. In Amsterdam ontmoet je de wereld aan mensen en tegelijkertijd zijn er buurten waarin men heerlijk dorps elkaar kent.
JohnN
-7-  JohnN:
@BvdD: Ik ben het met je eens. Alle grotere steden bestaan uit een samenklontering van meerdere grote "dorpen". Boven een bepaalde grootte worden steden een organisme van vergroeide "steden". Die fase leek Amsterdam naar te groeien toen de Bijlmermeer volgebouwd werd. Maar toen kwam er weer een rustiger fase (IJburg ligt nog op loopafstand van de Indische Buurt). Amsterdam is nog steeds in de fase van conglomeraat van "dorpen". En dat is mooi.
Het is heerlijk om in één van die dorpen te wonen met altijd de centrumzone een aantal tramhaltes verderop bereikbaar. Maar misschien idealiseer ik... hoewel het kost me nu elk jaar een vermogen om voeling met "mijn stad" te houden.
Vinus
-8-  Vinus:
Wat een mooi verhaal!

Reageren?  

Lees vooraf even de regels voor discussies op Amsterdam Centraal door.

Eigen afbeelding bij reacties? Ga naar gravatar.com en meld je aan met het mailadres dat je ook hier voor reacties gebruikt.

(verschijnt niet online, is nodig voor gravatar afbeelding)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spamreacties te voorkomen, wordt u gevraagd deze simpele vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.