Home > > Vooruitgang of duikvlucht

Vooruitgang of duikvlucht

1960 - Verkeerstoren oude Schiphol - Foto: Wouter Hagens

De jonge mensen in het Europa van vandaag denken de wereld al zo'n beetje te kennen. Dankzij prijsvechters zijn ze op zijn minst al in een heel aantal landen van het continent geweest, hebben vaak de wintersport ervaren, soms zelfs al eens een exotisch eiland.
Vandaag dromen jongens, die bezig zijn man te worden, van het voetbalheldendom, of een eigen bedrijfje in de ICT, waarmee ze binnen enkele jaren miljonair hopen te zijn.

Ruim vijftig jaar geleden droomden die jongens, waarvan ik er één was, natuurlijk ook. Van grenzen passeren, de wereld ontdekken, zoveel mogelijk landen met eigen ogen zien. En van vrijheid genieten boven de wolken. Het grote geld speelde daarin eigenlijk geen rol, de beleving was wat telde. Ik herinner mij Max...

Max kwam bij mij in de klas in mijn laatste jaar op het Lyceum in Zaandam. Hij was met zijn gescheiden moeder uit Amsterdam meegekomen. Ik zwierf er vaak in de oostelijke havens om schepen te zien van overal vandaan, om weer naar verten te zien vertrekken. Maar Max had in Zuid gewoond, hij was vaak te vinden op de 'kijkhoek' van Schiphol, het huidige Schiphol-Oost*. Inplaats van de Sumatrakade nam Max me mee naar de Nieuwe Meer. Terwijl mijn geest nog doelloos zweefde, had Max al concrete plannen: hij moest en zou vlieger worden op de Vliegende Hollanders (Lockheed Constellations)* van de KLM. In de loop van dat schooljaar leek de toekomst vorm te krijgen: wij gingen ons samen inschrijven op de Opleiding Verkeersvlieger van de Rijksluchtvaartschool Eelde.
Het liep anders: ik had als kind een 'lui oog' gehad en dat kwam er bij de medische keuring onmiskenbaar uit. Afgekeurd - maar Max kwam er door, hij vertrok naar het vliegersinternaat bij de Drentse luchthaven. Ik ging naar het Zeevaartschool internaat Admiraal Van Kinsbergen in Groningen. Niet heel ver er vandaan, toch verloren we elkaar daarna uit het zicht.

1957 De Lockheed Super Constellation op het oude Schiphol

[Foto: Cor de Jong. Klik voor hele afbeelding]

Jaren later zat ik in een DC-4M (Argonaut) van BOAC*, op een thuisvlucht uit Azië naar London Heathrow. Er waren veel lege stoelen in de cabine van het toestel, voortgesleurd door de propellers van de RR-Merlin motoren met hun denderende uitlaten. In Teheran werden de vrije plekken bezet door een BOAC bemanning op weg naar verlof, net als ik.
 Naast me nam de co-piloot plaats, met een beleefde glimlach stelde hij zich aan mij voor, Jim … de familienaam ging verloren in de 100dB lawaaizee. Toch begonnen we een gesprek over reizende beroepen en weer thuiskomen. Ik vertrouwde hem toe dat ik ooit hoopte 'op de bok' in een 'Conny' of een 'Superconny' te mogen zitten. Maar ik voegde toe: "Nu twijfel ik of het wel zo'n gemis is geweest dat het niet doorging. Met al die herrie en trillingen die via oren, voeten en zitvlak door je hele lijf zinderen". Ik kreeg een pijnlijke blik: "This old lady is ready for retirement". BOAC ging veel meer Vickers Viscounts* inzetten. Turboprops met drukcabines voor hoger dus stiller vliegen, nog comfortabeler dan met de Lockheed Constellation! Natuurlijk maakte ik mijn excuus, want hem beledigen was het laatste wat ik wilde.

Jim was voorbereid op een lange vlucht met de Argonaut, hij had tevoren zijn sokken gewisseld: als jij hetzelfde deed moet je mijn voorbeeld maar volgen! Hij deed zijn schoenen uit, ik ook. Het leek werkelijk alsof het motorlawaai daardoor iets dempte. Jim pakte het gesprek weer op.
Waarom werd je geen boordwerktuigkundige, als je zo graag vliegen wou?
Niet eens aan gedacht, moest ik bekennen.

De grote maatschappijen vlogen destijds vaak met een vaste cockpit-crew. Drie man op de bok: gezagvoerder, tweede vlieger en boordwerktuigkundige. De meeste combinaties kenden elkaar vrij goed. In elk geval goed genoeg om het op te merken als iemand eens niet zo goed 'in zijn vel' zat. Zo was het ook bij de KLM, hoorde ik van Max toen we elkaar weer eens ontmoetten, jaren 80. 
Op zee en in de lucht komen stressvolle momenten vaker voor dan in beroepen met de benen op de vaste grond. Dat je dan een hecht team vormt is dus veel belangrijker dan onder andere omstandigheden. In mijn vaartijd was je maandenlang, soms wel een jaar op elkaar aangewezen.
Je hebt samen één doel: veilig thuiskomen met alles en iedereen die aan je is toevertrouwd. Ik heb wel eens in een zwart gat gezeten maar hoefde me niet te schamen een collega aan te klampen voor  mentale steun.

1964 Het oude Schiphol - Foto: Cor de Jong

[Foto: Cor de Jong - Klik voor gehele afbeelding]

Dertig tons vrachtwagens rijden straks onbemand over onze wegen*, de proeven worden nu al gefaciliteerd door onze regering. En vliegen en varen? Alles wordt gedomineerd door tijdsdruk, efficiency en rendementseisen. "Return on investment" is het woord dat het topmanagement voortdurend door de kop gonst. 
Vervoer is hartstikke goedkoop geworden, maar wat hebben we ervoor ingeleverd?

Tien keer grotere schepen worden gevaren met tien procent van de oorspronkelijke bemanningen, die per individu elkaar nauwelijks kennen. Zo ook in de luchtvaart, de boordwerktuigkundige is allang wegbezuinigd, een ingebouwd computersysteem doet alles beter. Er is nu nog een piloot plus co-piloot, maar of dat zo blijft is ook nog maar de vraag. Vluchtprogramma's en landingsprocedures kunnen uitstekend door het systeem worden uitgevoerd, waarbij een vlieger met zijn armen over elkaar toekijkt. Waarom moeten ze dan nog met zijn tweeën zijn? Zulke onuitgesproken gedachten zijn er allang.

Een kluisdeur inbouwen tussen cabine en cockpit is een peuleschil die geen enkele invloed heeft op de concurrentieverhoudingen, dat moest immers iedereen doen na 9/11. Vaste maandsalarissen zijn een andere post, de prijsvechters vliegen allang met ZZP'ers. 
In veel beroepen kun je iets krankzinnigs doen, weinigen doen het echt. Ik in elk geval niet toen ik depressief was – intussen mocht ik oud genoeg worden om alsnog problemen te krijgen met het netvlies van mijn luie oog van toen.

Links:

Kijkhoek op de oude locatie Schiphol
Vliegtuigspotters zijn tegenwoordig welkom op twee nieuwe lokaties
KLM vloog jaren 50-60 intercontinentaal met heel veel “connies”, de trots van de vloot
DC-4M (BOAC Operations – “Argonauts”)
Canadair North Star
Vickers Viscount eerste turboprop in de burgerluchtvaart, BEA en KLM in 1957
Onbemande vrachtautotreinen binnen 10 jaar op de weg.
Is Nederland er klaar voor? Minister Schultz wel!


Reageer op "Vooruitgang of duikvlucht"

Reageren?  

Lees vooraf even de regels voor discussies op Amsterdam Centraal door.

Eigen afbeelding bij reacties? Ga naar gravatar.com en meld je aan met het mailadres dat je ook hier voor reacties gebruikt.

(verschijnt niet online, is nodig voor gravatar afbeelding)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spamreacties te voorkomen, wordt u gevraagd deze simpele vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.