Home > > De stadsdeelcommissies: worden het tandeloze praatclubjes?

De stadsdeelcommissies: worden het tandeloze praatclubjes?

Afval Zeedijk

In maart 2018 mogen we naar de stembus. Niet alleen voor een nieuwe gemeenteraad, maar wij kiezen ook vier tot zes buurtbewoners die in een stadsdeelcommissie mogen meepraten over wat de gemeenteraad hen voorlegt. Dat is ‘eerlijk en transparant’ zegt wethouder Choho. Maar is dat zo? Of worden Amsterdammers weer eens blij gemaakt met een dooie mus? Oordeel zelf.

Van een regerende stadsdeelraad

Amsterdam kent, net als Rotterdam, een bijzonder bestuurlijk stelsel met zeven stadsdelen. Elk stadsdeel heeft met gemiddeld 100 000 inwoners ongeveer de omvang van een middelgrote gemeente. In 2002 werd het Stadsdeel Centrum als laatste ingesteld. Van dat moment telde Amsterdam 14 stadsdelen, die later fuseerden tot de huidige 7 stadsdelen.

Tot 2014 functioneerden de stadsdelen grotendeels als autonome gemeenten met een eigen stadsdeelbestuur en een stadsdeelraad. Met taken en bevoegdheden als wonen, openbare ruimte, verkeers- en parkeerbeleid, welzijn, sport, onderwijs, kunst en cultuur en de dienstverlening aan de bevolking, zoals reiniging, openbare verlichting, stadstoezicht en vergunningen. De stadsdelen hadden een volwaardig ambtelijk apparaat, net als gemeenten dat hebben, en een eigen budget.

Via een uitvoerende bestuurscommissie

In 2011 wilde minister Donner af van de deelgemeenten in Amsterdam en Rotterdam. Hij vond het een overbodige extra bestuurslaag en wilde een kleinere overheid. Daarom werden de stadsdeelraden in 2014 opgeheven en er kwamen er kleinere bestuurscommissies voor in de plaats. De centrale stad kreeg weer de bevoegdheden terug die eerder bij bijvoorbeeld stadsdeel Centrum lagen. De - gekozen - stadsdeelbesturen restte nog slechts een uitvoerende en soms adviserende taak. Omdat de meeste bevoegdheden en taken weer naar de centrale stad gingen ontstond er opnieuw een grotere kloof tussen de burgers en het centraal bestuur in de gemeenteraad.

Na een helder advies

In de afgelopen raadsperiode werd het functioneren van het stelsel met de bestuurscommissies geëvalueerd door een commissie onder leiding van oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer. Die constateerde een ‘ernstige constructiefout’ en de conclusies waren scherp. Volgens Brenninkmeijer zijn de Amsterdamse politici en ambtenaren meer met elkaar en hun partijpolitiek bezig dan met hun burgers. Die laatsten voelen zich door de politiek in de kou gezet.

In het NRC van 15 juli 2016 zegt Brenninkmeijer: ‘Er zijn in Amsterdam buitengewoon betrokken burgers, die niet voor hun eigenbelang maar voor hun flat of buurt initiatieven ontplooien. Hun boodschap is: ideeën gaan met dit bestuurlijk stelsel gewoon kapot. Er blijft niks van over. Zelfs bestuurscommissies zeggen dat hun ideeën door de centrale stad zonder opgaaf van reden worden afgewezen.’

Omdat politici liever politieke strijd voeren dan dat ze met elkaar samenwerken om problemen van burgers op te lossen, zijn volgens Brenninkmeijer vooral de houding en het gedrag van het bestuur een probleem. Amsterdam is tot in de haarvaten politiek verdeeld en deze machtsstrijd bepaalt een belangrijk deel van de stadscultuur. Hierdoor is geen normale werking van democratie mogelijk: de burger is kansloos.

De ‘ernstige constructiefout’ die Brenninkmeijer beschrijft is dat zowel de gemeenteraad als de bestuurscommissies direct worden gekozen. Maar als de bestuurscommissie alleen maar het beleid van de gemeenteraad mag uitvoeren kan dat tot conflicten leiden. Politici steggelen vooral over de vraag: wie gaat waarover? Daarom adviseerde de commissie Brenninkmeijer om bij de komende verkiezingen in 2018 de bestuurscommissies niet meer direct te laten verkiezen.

Naar een tandeloze stadsdeelcommissie

Na de zomer van 2016 mocht wethouder Choho aan de slag met een herziening van het bestuurlijke stelsel. Dat moest leiden tot meer ruimte voor participatieve democratie, voor de burger beter uitlegbare keuzes en een bestuursstijl die naar buiten gericht is.

Choho schrijft aan de gemeenteraad: de gemeenteraad maakt het beleid en het college en de dagelijks bestuurders van de stadsdelen voeren dat uit.

Die dagelijks bestuurders van de stadsdelen worden door de gemeenteraad benoemd en de bestuurscommissies worden vervangen door stadsdeelcommissies waarin 4 tot zes buurtbewoners mogen meepraten over de in de gemeenteraad genomen besluiten. En die buurtbewoners mogen we in maart 2018 gaan kiezen. Gaat dit wat worden? Wat kiezen we dan en wie regeert ons straks?

Het is niet duidelijk over welke besluiten de stadsdeelcommissies straks mogen meepraten, want de huidige gemeenteraad schuift de manier waarop dat vorm moet krijgen gewoon door tot de nieuwe raad na de verkiezingen. Je kunt je afvragen hoe politiek dat is. Waarop stemmen wij dan straks in maart?

Formeel hebben de leden van de nieuwe stadsdeelcommissie geen status. Maar ze moeten wel in 'no time' een ‘zwaarwegend’ advies kunnen uitbrengen over dossiers waar jarenlang voorbereiding en inspraak aan vooraf zijn gegaan. Als een gekozen burger zoiets moet doen zonder ondersteuning door een zittende politieke partij is dat schier kansloos. Daarom is er slechts sprake van een schijnonafhankelijkheid, want de burgerleden van de stadsdeelcommissie zullen aan de leiband van hun politieke vrienden in de gemeenteraad moeten lopen om dat voor elkaar te krijgen.

Als echt onafhankelijke kandidaat maak je weinig kans. En het is nog allemaal liefdewerk en oud papier ook. De vergoeding van 350 euro per maand is zelfs drie keer minder dan een huidig lid van de bestuurscommissie ontvangt. En daarvoor moet de burger dan intussen wel de inspraak uit de buurt zelf organiseren. De middelen daarvoor krijgt hij niet. Voor advies moeten de leden zelf binnen de gemeente gaan 'shoppen'.

Het is wassen neus, vindt ook Els Iping. Zij was tussen 2006 en 2010 namens de PvdA voorzitter van stadsdeel Centrum. Ze zegt in een interview met AT5 op 25 oktober: ‘Toen we nog echte stadsdelen hadden, hadden we ook echt wat te zeggen. Dan moeten nu acht mensen voor dat hele stadsdeel - dat is gewoon een kleine stad - de ogen en de oren van de buurten zijn zodat het college op de hoogte is van wat er speelt. Maar, ze hebben niks te zeggen.’ 

Betrokken buurtbewoners kunnen de politiek in, maar hebben dus eigenlijk niks te zeggen. Dat viel ook de Commissie Brenninkmeijer op. Er lijkt op papier veel over samenwerking te worden gezegd, maar de praktijk laat iets anders zien. De gemeenteraad kan zich straks verschuilen achter het advies van de stadsdeelcommissie, waar burgers en ondernemers geen enkele formele relatie mee hebben.

Inmiddels heeft de Commissie Brenninkmeijer zich weer in de discussie gemengd met een open brief. Daarin schrijft zij: ‘We voorspelden dat ons rapport, naar Amsterdamse traditie, door de politiek gebruikt zouden worden om in te ‘shoppen’. Immers, op die manier is het eenvoudig politiek strijden. In de debatten die op de publicatie van ons rapport volgden, werden onze observaties over houding en gedrag van politici vrijwel stelselmatig genegeerd. Nu ligt er een liefdeloos compromis, waarvan niemand zich eigenaar lijkt te voelen’.

Boem op de neus. Opnieuw vervalt de Amsterdamse politiek in de oude fout om rond de eigen politieke navel te blijven draaien zonder zich veel aan de burger gelegen te laten liggen.

Volgens de Commissie Brenninkmeijer is er dan ook geen enkele sprake van de zo broodnodige cultuurverandering en stelt zelfs in de open brief dat daar in hun ogen geen fundamenteel ander stelsel voor nodig dan het oude. ‘Daarvoor is nodig dat Amsterdamse politici de wil en durf hebben om, los van politieke belangen, verschillende vormen van democratische vernieuwing uit te proberen. De politieke cultuur in de Stopera kan alleen doorbroken worden door intensief met nieuwe vormen van democratie te gaan experimenteren en door anderen toe te laten tot het exclusieve genootschap op de Stopera’ aldus de commissie.

Op 30 november nam de gemeenteraad desalniettemin het besluit tot invoering. Wethouder Choho blijft enthousiast over zijn plan. Op AT5 zegt hij op 1 december: ‘Dit is en blijft een verbetering. Eerlijker en transparanter.’ Zoals gezegd: oordeel na de verkiezingen in maart zelf maar. Ik ben niet optimistisch.

Met dank aan Bert Nap voor redactionele suggesties.


vier reacties op "De stadsdeelcommissies: worden het tandeloze praatclubjes?"

Jeroen Mirck
The proof of the pudding is in the eating. Daarom vind ik dat we dit nieuwe stelsel een kans moeten geven, hoezeer ik er zelf ook campagne tegen heb gevoerd toen het nog kon worden aangepast. Nu is het er, dus moeten we het ermee doen. Ik hoor veel geschikte mensen zeggen: ik stel me niet kandidaat. Dat is jammer, want dan komen ze er zéker niet in. Maar dat schreef ik eerder deze week al in een eigen artikel op Amsterdam Centraal.

Een paar kanttekeningen bij jouw overigens scherpe analyse, Walther. Allereerst: de stadsdeelcommissies bestaat uit meerdere gebieden, dus ook uit meer dan vier leden. De maandvergoeding bedraagt 700 euro, niet 350 euro.

Verder gaat de discussie over het politieke gesteggel vooral over de Stopera, niet zozeer over de stadsdelen. Natuurlijk steggelen die wel eens met het college, maar dat is hun taak: ze moeten waken over de couleur locale van stedelijk beleid, over maatwerk. Dat mag soms best schuren. Politiek in stadsdelen is uitermate solidair, onvergelijkbaar anders dan de ruzie-achtige gemeenteraad.

Feitelijk houden de Dagelijks Besturen hetzelfde mandaat als de huidige Algemeen Besturen, ofwel de bestuurscommissies. Kortom: de toekomstige stadsdeelcommissies kunnen over net zoveel onderwerpen adviseren als hun voorgangers. Inderdaad, slechts adviseren. Maar die adviezen moeten wel inhoudelijk worden weerlegd door een DB dat er van wil afwijken. Ik betwist dus dat de tijgers in de stadsdelen straks tandeloos zullen zijn. Ze kunnen wel degelijk druk uitoefenen op slecht maatwerk. Dat was en is ook de rol van stadsdeelpolitiek.
Gert-Jan
-2-  Gert-Jan:
Natuurlijk is het een uitholling van de toch al beperkte zeggenschap van de huidige bestuurscommissies. En natuurlijk gaat het voorbij aan het al bestaande netwerk van buurtorganisaties etc.
En omdat het een gotspe is dat bijna alle gevestigde partijen toch aan deze verkiezingen mee doen, (ook als ze tegen dit stelsel zijn!) willen we de onafhankelijke kandidaten oproepen zich uit praktisch oogpunt (registratie, aandacht vd pers) te verzamelen op een onafhankelijke lijst.
Daarvoor morgen (27 dec.) op de valreep, want laatste dag voor registratie van een kieslijst een Meetup:
https://www.meetup.com/Onafhankelijke-St..
Jeroen Mirck
Jouw oproep sluit goed aan bij mijn column van afgelopen week, Gert-Jan: partijloze kandidaten maken meer kans als ze lijstduwers aan zich weten te binden.
http://bit.ly/TijgerMV
Nico Janssen
-4-  Nico Janssen:
Aanvullend nog een aantal punten, die deze messcherpe analyse (waar ik het overigens erg mee eens ben) aanvullen en verder in perspectief plaatsen.

Als ex-stadsdeelraadslid kan ik me bijzonder levendig herinneren dat vanuit het gros van de Amsterdamse bevolking weinig sympathie bestond voor het werk en functioneren van de stadsdeelraden / besturen. Ik geloof dat slechts zo'n vijfde van de Amsterdammers echt voor de stadsdelen was en dat de rest het okay vond als ze zouden verdwijnen. Dit kwam mede door de slechte pers van de stadsdelen. Als er een miljoenen kostend schandaal in stadsdelen was of sprake van een of andere vorm van fraude of corruptie, werd dat breed uitgemeten in het Parool. Dan volgde al snel de reactie: "zie je wel die incompetente overbodige stadsdeel-bestuurders / raadsleden, weg ermee...". In tegenstelling hiermee; als de centrale stad weer eens een schandaal had geproduceerd waarbij vele tientallen miljoenen over de balk gesmeten waren of sprake was van incompetentie of vriendjespolitiek, dan volgende vaak slechts een lauwe reactie in het Parool, werd het politiek gemaakt en ging er snel een flinke hoop zand overheen. Daarbovenop kwam natuurlijk de altijd en eeuwige competentiestrijd tussen stadsdelen en centrale stad / ambtenaren, mede als gevolg van de onduidelijk en onvolledige doorgevoerde lokale autonomie.

Ook vanuit de politiek / politieke partijen zelf was er weinig sympathie voor de stadsdeelraden en stadsdeelpolitici. In de eerste plaats natuurlijk de SP en VVD, die faliekant tegen waren, maar ook binnen mijn eigen partij D66 vonden ze het soms maar lastig, die stadsdeelbestuurders en stadsdeelpolitici die het de centrale stad moeilijk maakten en voor stroperigheid zorgden. In de centrale stad, daar vond de echte politiek plaats! Deze giftige cocktail van gebrek aan waardering en regelrechte haat tegen de stadsdelen als PvdA bolwerk (Wilders wilde de stadsdelen dus ook heel graag kwijt) heeft ervoor gezorgd dat we nu zijn waar we zijn.

Bij de overgang naar monistische bestuurscommissie ben ik gestopt met mijn stadsdeelwerk, ik had geen zin om voor (feitelijk) spek en bonen mee te praten. Ik stelde toen al dat je de boel dan maar beter helemaal kon opheffen in plaats van een schijnvertoning te organiseren die op termijn niet meer dan een sterfhuisconstructie zou zijn. Wat nu uitgekomen is. Overigens stonden de partij van Els Iping en GroenLinks aan de wieg van dat rare monistische gedrocht bestuurscommissie. Wellicht dat de Amsterdammers en politici bij volledig opheffen van de stadsdelen zich zouden realiseren dat stadsdelen met gekozen stadsdeelraden een heel nuttige en lokaal verbonden bestuursvorm waren.

Het trieste is dat in heel veel andere gemeenten echt geëxperimenteerd wordt met het versterken van de lokale democratie. En Amsterdam komt niet verder dan een schijnvertoning die de lokale politieke afdelingen tevreden moet stellen maar waarmee gewone burgers die actief willen zijn / worden en burgerparticipatie niet geholpen zijn.

Reageren?  

Lees vooraf even de regels voor discussies op Amsterdam Centraal door.

Eigen afbeelding bij reacties? Ga naar gravatar.com en meld je aan met het mailadres dat je ook hier voor reacties gebruikt.

(verschijnt niet online, is nodig voor gravatar afbeelding)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spamreacties te voorkomen, wordt u gevraagd deze simpele vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.