Home > > It's a beautiful day...

It's a beautiful day...

Naardermeer

Vrijdagmiddag de 6e april, het was zo mooi – eindelijk kon geen harde oostenwind ons nog bereiken met zijn siberische adem. 's Morgens al op weg, naar het allereerste Nederlandse natuurgebied, dat in 1912 uitgeroepen werd. De tijd waarin nog van 'woeste gronden' sprake was, die liefst allemaal 'ontgonnen' moesten worden. Het Naardermeer was zo'n woest veengebied nabij de stad Amsterdam, die dringend op zoek was naar nieuwe woeste hectaren... om haar stroom huisvuil te kunnen dumpen.

Rokjesdag

De autoradio onderweg had het voortdurend over ''rokjesdag'', die was ophanden – nee vandaag nog niet, maar morgen misschien wel. Dan zou de middagtemperatuur de 20 graden wel gaan overschrijden, zei hij. Dat was de magische grens die Martin Bril ooit aangaf, waarop vrouwelijk Nederland op slag als bij geheime afspraak met korte rokken en blote benen massaal in het straatbeeld verschijnen. De babbelman op de radio was slecht geïnformeerd want Martin had meer voorwaarden vastgesteld. Het weer moet zo stabiel zijn dat de vrouwen het aandurven zo naar hun werk te gaan, met de zekerheid dat er geen kans was zich in de loop van de dag weer in iets warmers te hullen. Het weekend telt niet, op een werkdag, maandag op zijn vroegst dus!

Naardermeer

Het Naardermeer lag er nog bijna net zo bij als ruim honderd jaar geleden, toen Jac. P. Thijsse en collega Heijmans voor het eerst ijverden om met respectvolle ogen naar de natuur te kijken.

Het parkeerterrein bij de 'gasterij' van Natuurmonumenten stond vol. Ik signaleerde wel rokjes, maar allemaal met leggings eronder, dat is vals spel. Het was ook nog geen 20 graden, behalve achter de zwart geteerde werkschuren met een lange bank op het zuiden.

Lentesferen

Op mijn rondwandeling zag ik baltsende futen. Groepjes grauwe ganzen die blijkbaar nog twijfelen of ze wel zullen wegtrekken of liever maar een verblijfsvergunning aanvragen. Er dobbert nog een troepje kuifeenden op de felle golfjes in de wind. Het zullen de laatsten zijn. Net als de smienten, die gewoonlijk eind maart al vertrekken. De seizoenswissel is aan alles te merken. De meerkoeten, die altijd zo verdraagzaam in groot familieverband de winter doorbrengen, zijn plots omgeslagen in een heel agressieve stemming, elke andere watervogel, kleiner of groter formaat maakt niet uit, die wordt in territoriumdrift met dreigende snavel achtervolgd. In het berkenbos aan de oever laat de grote bonte specht zijn schaterende stem ook horen, eind februari hoorde je hem alleen nog maar hameren, die 'woodpecker'. De koolmezen zingen nu al de hele dag door, de kou en honger zijn vergeten. Aan de oever van de spoorsloot stapt een blauwe reiger, geconcentreerde blik op het wateroppervlak, met beheerste en behoedzame stappen door het opschietend jonge riet. Een van mijn metgezellinnen op de tocht vertelt hoe zij nog maar luttele weken geleden op de vijver van Frankendaal een reiger heel voorzichtig over het ijs zag stappen, zichtbaar bang om uit te glijden. Op een paaltje in het water zit een aalscholver met gespreide armen zijn veren te drogen, onder bij de staart een helderwitte broedvlek. In het verse slik van een nieuwe strekdam staan de afdrukken van reeënhoefjes. Zij hebben alle vrijheid, de heckrunderen laten zich in toom houden op een perceel door schrikdraad. De menselijke dames zijn danig onder de indruk van de reusachtige stier, die zich daar zomaar vrij kan laten gelden en zelfbewust zijn harem onder controle houdt.

Flora en insecten

In plaats van na elkaar toont zich veel gelijktijdig. De sleedoorn bloeit nog, maar de wilgen hebben ook al katjes. Braamstruiken, vlier en kamperfoelie zijn al ver uitgelopen met blad. In het gras en langs de oeverranden bloeien paardenbloemen en klein hoefblad nu tegelijkertijd. Er bloeit ook al hondsdraf en er fladderen zowaar twee dikkopjes rond. Te ver en te snel om ze op soort te brengen. Over het gras brommen zoekend de aardhommels, op zoek naar een plekje om een nieuwe kolonie te stichten.

Achter de werkschuur lokt de houten bank om op neer te strijken en de appeltaart te verorberen. De zwarte planken stralen warmte uit als een radiator. Mijn andere gezellin besluit om nu toch maar die legging even af te strippen om het winterwit te verdrijven. Rokjesdag is immers in aantocht. Geladen door energie uit het Naardermeer, dat gelukkig geen vuilnisbelt is geworden kunnen we de walmende binnenstad weer verdragen. Op naar de Keizersgracht, naar het Italiaanse Cultuur Instituut. Voor een nieuwe vertaling van mijn inspirator Jan Slauerhoff.


Reageer op "It's a beautiful day..."

Reageren?  

Lees vooraf even de regels voor discussies op Amsterdam Centraal door.

Eigen afbeelding bij reacties? Ga naar gravatar.com en meld je aan met het mailadres dat je ook hier voor reacties gebruikt.

(verschijnt niet online, is nodig voor gravatar afbeelding)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spamreacties te voorkomen, wordt u gevraagd deze simpele vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.